Ewel ja. ‘t Mag nog wel eens, een blog van mij. ‘k Moet zeggen, ik heb er soms gewoon de zin niet in. ‘k Denk nochtans heel vaak “oh da’s echt blogmateriaal”, maar het uitvoeren van dergelijke gedachtenkronkels, lijkt niet regelmatig meer te gebeuren. ‘t Is niet dat’k er de tijd niet voor heb, want er zijn dagen dat’t me echt gerust zou lukken, maar ‘t ligt’m in de prioriteiten. (trouwens…iedereen zei me toen’k zwanger was dat’k van allerlei dingen moest genieten, want binnenkort heb je nergens nog tijd voor… ‘k Moet zeggen, ‘t is druk, maar ik heb eerder ‘t gevoel dat’k de tijd cadeau gekregen heb. Sinds Fedde hebben we hier namelijk een beter ‘besef’ van tijd. Momenten dat-ie slaapt bijvoorbeeld ben je echt bewust bezig met de tijd die je hebt en op die tijd krijg je héél wat verzet, al is’t maar door te ‘niksen’ en de momenten dat hij wakker is, kijk je op de klok en tel je door naar de volgende voeding om te zien hoeveel tijd je nog hebt om leuke dingen te doen…of hoeveel voedingen je zal meenemen om die tijd te overtreffen. Op tijd uit je bed zijn zorgt er namelijk ook voor dat je uren cadeau krijgt die je voordien eigenlijk gewoon miste en samen slapen gaan na Fedde’s laatste flesje, geeft ook extra slaaptijd. Of ben ik gewoon vreemd op dit vlak?)
Maar goed. Gisteren vroeg iemand mij zelfs om nog eens te bloggen en om haar misschien eens te vernoemen. ‘k Zou het waarschijnlijk sowieso gedaan hebben, want sinds’k trotse mama van mirakel-op-voeten-baby Fedde geworden ben, heb’k echt’t gevoel bij een superleuke club te horen. Zoals’k het zwangerschapsclub-gevoel had enkele maanden geleden, zo ben’k nu lekker lid van de mommy’s en dat zorgt ervoor dat plots héle andere mensen je aanspreken en dat de mensen die’t voordien al wel deden, het nu plots heel anders doen.
‘k Kijk naar andere dingen in de winkels en stap zelfs hele nieuwe winkels binnen én durf dan zelfs al’n kritisch oog gebruiken alsof’k al jaren mijn proud-mom-clubkaart op zak heb. ‘k Gebruik een terminologie om U tegen te zeggen en kijk en vergelijk baby-artikelen allerhande.
Zo ging’k gisteren namelijk met volle goesting naar een demo van plastieken-potjes-en-co, en niet dat’k die producten voordien al niet leuk vond, maar ‘k vond toch vaak nog redenen om niet te gaan, ‘t spijt me zeer. Doch, gisteren ontpopte ik mij als écht tupperwijf en ging met argusogen de groenten-bewaar-in-koelkast-dozen bekijken, bestelde extra lepels-in-doosjes (wonderbaarlijk vind’k die dingen! Naar’t idee “ik-ben-ergens-en-ik-heb-groentepappeke-gegeven-en-nu-is-da-lepelke-vuil-en-ik-kan-da-hier-nergens-afwassen-en-da-lepelke-moet-terug-in-mijn-superstylish-luiertas?!” ben’k echt verliefd op’t feit dat je dat lepeltje dan netjes proper in’n doosje stopt en zó in je it-bag), kocht dé geweldige “steek-vormen-in-bal”-bal en zelfs nog’n aanrechtding, waar’k voordien niet echt het nut van inzag, maar waar’k nu de aardappeltjes voor Feddeboy wel netjes in wil opbergen.
‘k Ben een moeder geworden op dergelijke demonstraties en dat zorgt voor totaal andere inzichten, me dunkt. ‘t Feit dat onze plastieken-pottekes-demonstratrice dan ook zelf een moeder is en gewoon een ongelooflijk-enthousiaste “koken-moet-echt-niet-te-moeilijk-zijn-want-‘t-leven-is-al-zwaar-genoeg”-Madam is met de hoofdletter M van mmmm-da’s-echt-wel-lekker-wat-die-maakt, doet er natuurlijk niet veel goeds aan. Z’is dan ook nog eens bloedeerlijk en dat zijn de ergsten…
Achja. ‘k Heb m’n clubkaart eindelijk op zak en vandaag brengt die kaart me weer in Nederland, aangezien andere leden me erop wezen dat alles daar zoveel goedkoper is en ik het zelf al meermaals heb mogen aanschouwen. Natuurlijk kan Fedde nog heel wat gebruiken en als’t een beetje meezit, komen we straks weer thuis met’n lading luiers, johannesbroodpitmeel (‘k had het woord voordien nog nooit gehoord…), een verkleiningskussen voor onze ultramoderne eet-stoel, weer wat rompertjes (dat kind is gi-gan-tisch en dat werd deze week nog maar eens bevestigd door de kind-en-gezin-dokter, die’t ook grappig vond om te zeggen dat we hem alvast moeten inschrijven bij “den basket”. Wel, dat hebben we hier in Oevel niet. We hebben hier wél een tenniscomplex dat echt waar “den tennis” heet én we hebben natuurlijk voetballertjes en ‘k ben al helemaal paraat om daar als echte soccermom slagzinnen als “Komaan-arbiter-trekt-uw-ogen-open-da-kind-heeft-niks-misdaan!” en “Fedde, korter op den baaaaaaal!” en dergelijken te roepen) en andere prullaria.
‘t Is een fijne club en ‘t is vooral nog fijner dat ze mij daar begod nooit meer kunnen uitzetten.
Liefs,
Leene, voor’t leven.