‘t Is zo simpel als’t groot is en eigenlijk heel ingewikkeld. Maar ‘t is een algemeen feit dat je volgens de principes van het bloggen, steeds een titel kiest.
Een titel die zegt waarover je blog zal gaan, waarmee je vandaag in je hoofd zat of wat je jezelf nog afvraagt. En ‘t is net dát dat ervoor zorgt dat’k gewoon geen titel wil. Of m’n titel moest vanaf nu bij elke blogpoging hetzelfde luiden; Fedde.
Fedde, de naam van’t mooiste (het spijt me zeer, maar ik kan’t niet laten om zo te spreken over dat kind. ‘t Spijt me zelfs helemaal niet zeer, zelfs gewoon überhaupt níet) kind van de hele wereld.
Hij is ‘t enige wat me bezig houdt gedurende een hele dag en hij’s degene waaraan ik denk bij’t opstaan, alsook wanneer’k ‘s avonds mijn ogen sluit en gedurende die hele periode daartussen staan al mijn activiteiten ook in functie van hem. En terecht.
Net nog lag dat wereldwonder te slapen in mijn armen, terwijl ik pogingen deed om met een béétje aandacht mijn talloze opgenomen TV-programma’s te bekijken…tevergeefs.
Pieter mag gerust moeite hebben met z’n keuze tussen zijn harem op maandagavond, gevolgd door enkele tienermoeders die op hun manier het leven als ‘mama-ván’ proberen te beredderen, alsook de donderdagse pogingen om ‘tegen de sterren op’ te kunnen door ze te imiteren, waarna de televisie-week op vrijdag wordt afgesloten met enkele zangers die al dan niet een idool zouden kunnen zijn, of die gewoon héél veel stemmers achter zich hebben staan. Ze staan allemaal te roepen op mijn digicorder en zelfs de lieve engelachtige Ella die ik toch dagelijks probéér te observeren, kan niet tippen aan mijn Fedde.
Die perfecte mond van’m, waarmee hij dergelijke pruillippen kan trekken waardoor je meteen je hele hebben en houden zou verkopen om hém gewoon te kunnen geven wat-ie wil en waarmee hij tegelijkertijd ook zó uitermate verlegen kan lachen waardoor die grimas net hetzelfde effect heeft als die vorige. Zo’n perfecte mond, met daarboven een bijna-nog-perfecter neusje, met helemaal niet de totaal-foute-groteske-trekken van zowel zijn papa als zijn mama, maar met gewoon de perfectheid die een neus kán bevatten. Daarboven een stel ogen. Ogen, als bowlingballen zo groot en hemelsblauw van kleur. ‘k Durf er zelfs niet constant in te kijken, wil’k nog schoolwerk en andere dingen gedaan krijgen diezelfde dag. ‘k Strijk maar eens voorzichtig langs zijn wimpers dan, die zo lang zijn dat elk gerenommeerd mascara-merk hier aan de deur zal staan zodra z’ervan horen, om dan ook op te merken dat zijn hele ‘zijn’ gewoon smeekt om gefotografeerd te worden. Geadoreerd te worden.
‘t Zal niet pakken hoor, begrijp me niet verkeerd. Als er hier eentje is die boven dat kind mag hangen om hem halvelings te verblinden met flitsbeelden en ander cameragedoe, dan zal ik’t wel zijn.
Ik, die plots niet meer moet beoordeeld worden op hoe ze eruit ziet, hoe ze zich gedraagt of hoe ze haar school- en/of huishoudwerk doet (dat laatste absorzekerweteluut niet. ‘k Heb hier niet bepaald een huishouden waarbij je dagelijks even met je vingers over de kasten mag strijken om diezelfde vinger stofvrij terug bij je te nemen…niet dat’t me kan schelen eigenlijk. Zodra hier eten op tafel staat, mijn gezin netjes gewassen en aangekleed voor de dag komt, we zowel inkopen als apotheek-overvallen hebben gedaan met tussendoor nog wat schoolwerk op een bedje van één-keertje-per-week-sporten-voor-zowel-papa-als-mama en er dan nog wat tijd overschiet, dan wordt hier gewoon genoten. Punt. Eigenlijk is’t zelfs omgekeerd want dat genieten gaat hier voor alles en iedereen) , neen, mij kan je enkel nog beoordelen op’t werk dat’k verricht voor en door mijn adembenemende zoon. ‘k Heb dat kind op de wereld gezet en ‘k blijf dat doen want er zullen nog heel wat momenten komen waarop hij de wereld even onder z’n voeten onderuit voelt schuiven, of dat nu zal zijn door’t feit dat luiers plots door van die domme stoffen onderbroekjes worden vervangen of door’t feit dat zijn kalf-van-‘n-vriendin-of-vriend (hij wordt wie hij wordt, uitroepteken!) het uitgemaakt heeft zonder reden, IK zal er zijn om’m terug op de wereld te zetten, met naast mij een ongelooflijke papa om hem op te vangen en mij te helpen zuchten.
Maar wat is dat kind perfect.
En wat maakt hij ons leven zoveel leuker…
Slaap jij nog maar lekker wat verder op m’n arm, want alleen dáár dient die arm nog voor…
Liefs,
Leene, gewoon gelukkig.
(03.04.11)