Euhm.
Hoe moet’k die gaan verklaren. ‘t Is alsof ik nu pas besef dat’k eigenlijk als titel een woord nam uit een soort ‘uitdrukking’ die in mijn hoofd zat. Natuurlijk is’t niet evident voor jullie om mijn hersenkronkels meteen te volgen en zodus lijkt die titel waarschijnlijk vreemder dan dat hij is. ‘t Is niet eens een woord in onze eigen moedertaal, want ‘k ben nog eens ongelooflijk knobbelig bezig met mijn talenknobbel en zodus zocht ik mijn ‘dada’ bij onze zuiderburen (en ik geef meteen eerlijk toe dat’k net aan’t ventje moest vragen of “de fransozen onze zuiderburen zijn?” want ‘k wil hier niet kei-onnozel overkomen natuurlijk).
‘t Is nochtans een franstalige uitdrukking die helemaal vernederlandst (toch?) werd aangezien wij zo’n dappere durvers zijn natuurlijk, of zo zei toch Caesar ooit. (en ‘k heb echt een super intelligente echtgenoot, want ik dacht eigenlijk dat Ambiorix dat gezegd had… ‘k kan er niet aan doen echter, ‘k heb in mijn middelbareschooljaren enkel trutten gehad voor geschiedenis. Of neen, excuseer, in’t eerste jaar had ik een lieve schat, die men “carambolleke” noemde voor weet-ik-veel-welke-reden, maar die was zelfs zó lief dat ze tijdens mijn eerste examen geschiedenis mijn twijfels over de ligging van de vruchtbare sikkel deed wegebben door eens ‘te wuiven’ in de vorm van die sikkel…en dan kwam ze zelfs nog zeggen dat zij dacht dat’t een beetje lager was. Vanaf ‘t jaar daarna zijn de heksen gekomen bij dat vak. Er was er zelfs eentje die haar naam voor mijn part niet gestolen had, door “Buis” te heten. Jammergenoeg zei ze tijdens mijn mondeling ooit dat ze haar naam ging waarmaken voor mij.)
Maar goed.
Ik heb weer lang niet geblogd (is dat met een <d> eigenlijk? Ik twijfel, maar als’k er ik ‘blogde’ van maak, dan lijkt het me toch met een <t> te moeten. Of zeg je ‘blogte’?) en ‘k kan het enkel en alleen steken op’t feit dat ik er simpelweg de tijd niet meer voor vind. Of neen. Ik wíl er de tijd niet meer voor vinden. Ik blog heel graag, begrijp me niet verkeerd en ik mis zelfs mijn schrijfwijf-status, maar na een drukke schooldag en het fabriceren van dat wat-je-op-het-nippertje-voedsel-kan-noemen, wordt mijn tijd verdeeld tussen hier-moet-je-terecht-jaloers-op-zijn-baby Fedde, mijn schoolwerk en…mijn TV. In die volgorde.
‘t Maakt me niks eigenlijk. De drukte schrikt me op voorhand steeds af, waardoor’k een week vóór de aanvang van een drukke periode reeds huil van stress, maar zodra die periode aanbreekt, sla’k mij daar netjes door. En ‘k voel me goed.
Heel goed eigenlijk. En dat zie je. Alsof’k er plots beter uitzie dan ooit. Vreemd eigenlijk, als je weet dat mijn heupen zo breed geworden zijn dat’k er nu echt nóóit meer moet dromen om nog eens van’n glijbaan af te roetsjen en dat er eigenlijk op mijn kont vanaf nu een waarschuwing voor uitzwenkgevaar mag hangen dankzij het prachtige fenomeen ‘cellulitis’ genaamd. Voordien had’k in bepaalde onvrouwvriendelijke houdingen een beetje last van zo’n siersinaasappeltje, maar sinds ik dat wereldwonder negen maanden voorzien heb van eten en drinken en om de vier weken van’n worstenbrood, werden mijn billen sinaasappel-look-a-likes. The real stuff dus. Rare benaming trouwens, want zo’n appelsien is nog niks vergeleken met mijn reliëfbillen.
En toch, is het nu omdat’k een knappe kerel in mijn armen heb of ‘t feit dat’k een working mom ben en dit eigenlijk best sexy klinkt, ik lijk er anders uit te zien. Mensen bekijken mij plots ook met veel mildere ogen. Al kan’k beter zeggen dat IK mijzelf plots met veel mildere ogen bekijk. Bekijk mij nu niet plots als een eeuwige narcist, integendeel, dat’k in een programma als Beauty&the nerd aan de kant van de schones zal slapen, betwijfel ik sterk, maar sinds mijn tien-centimeter-exodus-nacht is er iets helemaal veranderd.
En dit weekend wordt dat gevoel even versterkt.
Aangezien Manlief en ik vanavond verwacht worden op het trouwfeest van’n koppel dat ons heel nauw aan’t hart ligt, wilde ik er niet ‘zozo’ uitzien maar eerder ‘oooh zooo’ als je begrijpt wat’k bedoel en dat zorgde ervoor dat’k mij gisteren reeds bij het schoonheidsparadijs http://www.payeska.be (reclame, ikke?!) ging laten spray-tannen waardoor ik nu een kleurtje heb alsof’k twee weken op Aruba heb gezeten. (vreemde uitdrukking trouwens om ‘op’ Aruba te zitten, zo breed is m’n kont nu ook weer net niet…en volgens een goede bron is het in Aruba niet eens altijd zo’n mooi weer dat je’r een leuke kleur krijgt…dus eigenlijk slaat dit weer maar eens op niets) Vandaag liet’k dan ook mijn haren brushen en reed ik opnieuw naar de Payeska-dames (serieus, je kan nu lovely ladies hebben en je hebt Lovely Ladies met de L van euh…iets heel lekker ofzo, ik vind zo meteen niks dat hier past, maar dat zijn écht stuk voor stuk zo’n ferm vrouwen, dat je meteen een abonnement Payeska-vrouw-zijn zou nemen. En dan hebben ze nog karakter ook. Lap, ze bestaan dus.) om mij te laten schminken én om mijn nagels weer te laten versieren en ondertussen zit’k hier dus nu, als’n opgetutte tut te bloggen, klaar om mij straks in mijn eindelijk-gevonden elbeedeetje (een Little Black Dress dus, maar dat klinkt zo ongelooflijk overdreven sexy) te hijsen, mijn nieuwe Nicky Vankets-pumpkes (Manlief stond versteld. “Hoe, ge had vorig jaar daar toch al pumps van gekocht? En weer witte? Da zijn dan toch dezelfde?” Nee schat, echt niet, ze zijn totáál anders want…euhm…die hadden zo geen zwart streepje hier. Echt niet.) aan te doen met reeds beter-voorkomen-dan-genezen-blein-pleisters aan m’n hielen.
Vergeleken met de sportieve turnjuf-met-felkleurige-sporttenuekes-en-Hello-Kitty-joggingpakken aan, INCLUSIEF diadeem in’t haar, op ballerina’s omdat maxi-cosi-wandelen nogal moeilijk is op torenhoge hakken, is dat een totale changement de décor .
Maar ik ben het waard.
Liefs,
Leene, yummy mummy met al een beetje hongergevoel in de tummy.
(26.03.11)