Ewel ja. ‘t Mag nog wel eens, een blog van mij. ‘k Moet zeggen, ik heb er soms gewoon de zin niet in. ‘k Denk nochtans heel vaak “oh da’s echt blogmateriaal”, maar het uitvoeren van dergelijke gedachtenkronkels, lijkt niet regelmatig meer te gebeuren. ‘t Is niet dat’k er de tijd niet voor heb, want er zijn dagen dat’t me echt gerust zou lukken, maar ‘t ligt’m in de prioriteiten. (trouwens…iedereen zei me toen’k zwanger was dat’k van allerlei dingen moest genieten, want binnenkort heb je nergens nog tijd voor… ‘k Moet zeggen, ‘t is druk, maar ik heb eerder ‘t gevoel dat’k de tijd cadeau gekregen heb. Sinds Fedde hebben we hier namelijk een beter ‘besef’ van tijd. Momenten dat-ie slaapt bijvoorbeeld ben je echt bewust bezig met de tijd die je hebt en op die tijd krijg je héél wat verzet, al is’t maar door te ‘niksen’ en de momenten dat hij wakker is, kijk je op de klok en tel je door naar de volgende voeding om te zien hoeveel tijd je nog hebt om leuke dingen te doen…of hoeveel voedingen je zal meenemen om die tijd te overtreffen. Op tijd uit je bed zijn zorgt er namelijk ook voor dat je uren cadeau krijgt die je voordien eigenlijk gewoon miste en samen slapen gaan na Fedde’s laatste flesje, geeft ook extra slaaptijd. Of ben ik gewoon vreemd op dit vlak?)
Maar goed. Gisteren vroeg iemand mij zelfs om nog eens te bloggen en om haar misschien eens te vernoemen. ‘k Zou het waarschijnlijk sowieso gedaan hebben, want sinds’k trotse mama van mirakel-op-voeten-baby Fedde geworden ben, heb’k echt’t gevoel bij een superleuke club te horen. Zoals’k het zwangerschapsclub-gevoel had enkele maanden geleden, zo ben’k nu lekker lid van de mommy’s en dat zorgt ervoor dat plots héle andere mensen je aanspreken en dat de mensen die’t voordien al wel deden, het nu plots heel anders doen.
‘k Kijk naar andere dingen in de winkels en stap zelfs hele nieuwe winkels binnen én durf dan zelfs al’n kritisch oog gebruiken alsof’k al jaren mijn proud-mom-clubkaart op zak heb. ‘k Gebruik een terminologie om U tegen te zeggen en kijk en vergelijk baby-artikelen allerhande.
Zo ging’k gisteren namelijk met volle goesting naar een demo van plastieken-potjes-en-co, en niet dat’k die producten voordien al niet leuk vond, maar ‘k vond toch vaak nog redenen om niet te gaan, ‘t spijt me zeer. Doch, gisteren ontpopte ik mij als écht tupperwijf en ging met argusogen de groenten-bewaar-in-koelkast-dozen bekijken, bestelde extra lepels-in-doosjes (wonderbaarlijk vind’k die dingen! Naar’t idee “ik-ben-ergens-en-ik-heb-groentepappeke-gegeven-en-nu-is-da-lepelke-vuil-en-ik-kan-da-hier-nergens-afwassen-en-da-lepelke-moet-terug-in-mijn-superstylish-luiertas?!” ben’k echt verliefd op’t feit dat je dat lepeltje dan netjes proper in’n doosje stopt en zó in je it-bag), kocht dé geweldige “steek-vormen-in-bal”-bal en zelfs nog’n aanrechtding, waar’k voordien niet echt het nut van inzag, maar waar’k nu de aardappeltjes voor Feddeboy wel netjes in wil opbergen.
‘k Ben een moeder geworden op dergelijke demonstraties en dat zorgt voor totaal andere inzichten, me dunkt. ‘t Feit dat onze plastieken-pottekes-demonstratrice dan ook zelf een moeder is en gewoon een ongelooflijk-enthousiaste “koken-moet-echt-niet-te-moeilijk-zijn-want-‘t-leven-is-al-zwaar-genoeg”-Madam is met de hoofdletter M van mmmm-da’s-echt-wel-lekker-wat-die-maakt, doet er natuurlijk niet veel goeds aan. Z’is dan ook nog eens bloedeerlijk en dat zijn de ergsten…
Achja. ‘k Heb m’n clubkaart eindelijk op zak en vandaag brengt die kaart me weer in Nederland, aangezien andere leden me erop wezen dat alles daar zoveel goedkoper is en ik het zelf al meermaals heb mogen aanschouwen. Natuurlijk kan Fedde nog heel wat gebruiken en als’t een beetje meezit, komen we straks weer thuis met’n lading luiers, johannesbroodpitmeel (‘k had het woord voordien nog nooit gehoord…), een verkleiningskussen voor onze ultramoderne eet-stoel, weer wat rompertjes (dat kind is gi-gan-tisch en dat werd deze week nog maar eens bevestigd door de kind-en-gezin-dokter, die’t ook grappig vond om te zeggen dat we hem alvast moeten inschrijven bij “den basket”. Wel, dat hebben we hier in Oevel niet. We hebben hier wél een tenniscomplex dat echt waar “den tennis” heet én we hebben natuurlijk voetballertjes en ‘k ben al helemaal paraat om daar als echte soccermom slagzinnen als “Komaan-arbiter-trekt-uw-ogen-open-da-kind-heeft-niks-misdaan!” en “Fedde, korter op den baaaaaaal!” en dergelijken te roepen) en andere prullaria.
‘t Is een fijne club en ‘t is vooral nog fijner dat ze mij daar begod nooit meer kunnen uitzetten.
Liefs,
Leene, voor’t leven.
Oh mijn god, ik ga hier meteen strijk met mijn titel. Wat ben ik humoristisch aangelegd, verdorie toch, ‘t is niet meer normaal. Nochtans verpest Manlief net even (terecht) mijn goed humeur door uit’t niets te vragen of ik nog wel durf te gaan winkelen in Rosendaal vrijdag of zaterdag, sinds “het nieuws uit dat winkelcentrum in Holland”. Ik wist weer even van niets en nadat Manlief dus vertelde wat er zich daar heeft afgespeeld het afgelopen weekend moest ik even terug tot mezelf komen na al mijn “oh-de-lafaard” en “die-zelfmoord-had-potverdekke-moeten-mislukken-den-onnozelaar”-uitspraken (voor zij die’t ook in Keulen horen donderen, er zou een kerel een winkelcentrum binnengewandeld zijn en gewoon in’t rond beginnen schieten…om daarna zichzelf van’t leven te beroven) alvorens ik verder kon bloggen.
Maar goed,
mijn prachtigmooie zoon Fedde krijgt sinds dit weekend vaste voeding.
‘t Is een waar spektakel om te zien en ‘t is denk’k nog mooier om Manlief en mij te bekijken dan hém, aangezien hij in zichzelf enkel lijkt te denken wat in godsnaam dat oranje plastieken ding is waarmee ze die dikke brij in zijn mond proberen te duwen. Wij echter, zitten als halve garen vrrrrroem-tuut-tuut-geluidjes en andere mondje-open-praktijken uit te brengen in de hoop dat Fedde hierdoor enig enthousiasme kan opbrengen voor zijn groentjes.
‘t Was onze eerste keer en zodus moesten we allebei, ongelooflijk zenuwachtig, meermaals de gebruiksaanwijzing (hoe moeilijk kan het zijn) van dat potje Olvarit (jaja, potjesvoeding, ik ben d’r zo één. ‘t Was zelfs een tip van onze geweldige vroedvrouw om tussendoor zéker niet te vergeten potjes te geven, ze zijn even gezond en lekker makkelijk. Ook voor de eerste keer is’t superhandig, aangezien je sowieso al wat zenuwen hebt misschien en je eerst die hele babycook moet uitzoeken om dan te beseffen dat je kindje moord en brand aan’t brullen is van de honger tegen dat je ein-de-lijk zeker genoeg bent van al die hoeveelheden. Niet dat’k enkel en alleen uit principe tussendoor potjes zal geven hoor, integendeel. ‘t Mag begod wel eens makkelijk zijn en ook voor mezelf maak’k zeker niet dagelijks alles netjes vers omdat’t leven dan beter zou zijn ofzo. Luie dozen moeten ook eten, toch?) lezen alvorens we dat ding in onze microgolf zetten.
En Fedde proefde…en proefde…en’n halfuur lang trok hij bedenkelijke gezichten terwijl hij met z’n tong eens langs het lepeltje likte. Veel had-ie niet binnen, uiteraard, nadien klotste hij dan ook z’n giga-papfles leeg op minder dan’n minuut (en da’s hier nog niet eens een prestatie hoor…).
De dag nadien kreeg hij eenzelfde potje, maar was hij dan weer te moe, waardoor hij na elke hap z’n tutje vroeg en even indommelde, om dan daarna weer’n hap te krijgen. Uiteindelijk had hij dus wel heel wat binnen, maar’k twijfel of de mensen van Kind&Gezin het graag zouden horen moest’k zeggen dat’k dé manier heb gevonden om’n kindje iets-vroeger-dan-normaal vaste voeding te geven…in z’n slaap.
Uiteraard moet hij ook lekkere verse groentjes leren kennen en zodus trok ik met La Mama naar de winkel met de paniekerige vraag “of gij dan eens kunt zien welke groentekes ik moet hebben en hoe die er moeten uitzien enzo, want ik kén niks van zo’n verse groentekes!” (neen, niet lelijk vingertjewijzen naar’n leene die precies geen groenten eet, wij eten wel dégelijk groenten, maar ons gamma is niet bepaald uitgebreid aangezien wij’t lekker handig vinden om bij Grootvadertjelief in zijn kelder te gaan shoppen tussen alle ‘geweckte’ groentjes van zijn veld)
Vandaag leerde Fedde echter de smaak van bloemkooltjes kennen, vers klaargemaakt in het meest wonderbaarlijke toestel (nog net íets wonderbaarlijker dan de stofzuigrobot, dus dat wil al wel iets zeggen) genaamd babycook en het leek me toch weer een geslaagde operatie. Tutjelief was nog steeds van de partij, maar ‘k liet mijn autogeluiden toch maar even achterwege aangezien Fedde klaarblijkelijk zich afvraagt sinds wanneer er auto’s op groentenpap rijden of whatever the hell nog een reden kan zijn waarom ik zo’n geluiden maak bij doodergerlijke situaties als het eten-der-papjes. Na elke hap kreeg Fedde weer zijn tutje, waardoor hij dan netjes zijn groentjes door z’n prachtige keelgat liet glijden en ‘t leek me toch alsof hij de smaak best oke vond en zodus nam ik dat meteen als’n ongelooflijk compliment naar mijn kookkunsten toe aangezien mijn geweten toch lekker niet weet dat eigenlijk die babycook alles gedaan heeft.
‘t Is weer een grote stap in z’n kleine leventje en weer een nog grotere stap in het onze, maar ‘t maakt onze dagen weer nét dat ietsje interessanter…
…nog interessanter.
Liefs,
Leene, met mondje open.
(11.04.11)
Ik zeg meteen ‘neen’. Neen op’t mogelijke idee dat Fedde misschien al grijze haren krijgt. Integendeel. Zijn donkere stevige bos haar is ondertussen traag maar zeker (maar zeker traag) aan’t uitvallen en de haartjes die nog op z’n mooie koppie staan, hebben een rossig schijntje, tot groot jolijt van grootvadertjelief, die z’n hele leven “ne rosse” is geweest. Mij maakt het niks uit, dat kind is zó adembenemend mooi dat’t echt geen enkel verschil maakt welke haarkleur hij heeft, welke pet er op zijn hoofd staat,… Heeft-ie van de mama. Uiteraard niet dat adembenemend mooi zijn, absorzekerweteluut niet, maar ik ben ook één van die mensen die zelfs gewoon een zandbakpotje op d’r hoofd kan zetten en daar zelfs nog stylish mee staan. Da’s omdat’k zo’n ‘batskop’ heb.
Maar goed. Ikzelf word ook nog niet grijs en moest’t wel zo zijn, dan zou’k het niet weten, aangezien mijn haren op regelmatige basis (niet hoor, ‘t is steeds na enkele weken dat’k plots denk “och-ja-ik-moet-da-nog-is-late-doen-joh”, maar aangezien mijn geverfde kleur héél sterk aanleunt aan m’n eigen haarkleur, heb’k nooit geen echte last van een ‘uitgroei’ en zodus merk’k het nooit snel genoeg dat’t nog’ns moet geverfd worden) gekleurd worden. ‘t Gaat hier ook niet gaan over mijn pumped-out-stuffed-out-graphite-grey-car want dat zou onterecht zijn. Momenteel is hij zelfs al keilang niet meer out-ge-stuffed (u begrijpt wel wat’k bedoel) en er liggen ook geen pumps meer in tegenwoordig. Nochtans heb’k onlangs wéér een paar pumps uit de prachtige Nicky Vankets-collectie gekocht (zooooo mooi altijd, én zelfs nog betaalbaar! Bravo Nicky!), maar zo pump-lopen, ‘k moet het echt terug trainen alvorens ik er weer constant in m’n auto wil leggen “voor als’t eens nodig is…”.
Mijn Fedde is een hormonenbom. Serieus. Moest je niet beter weten, je zou denken dat-ie óf een vrouw óf een man-met-maandstonden zou zijn, als je zijn moodswings bekijkt. Eergisteren heeft dat prachtige wonder de héle dag namelijk gebruld. Bij papa in de voormiddag (papa stond weer met die oh-zo-leuke late shift…), dan bij de onthaalmoeder, en de geheeeeeele namiddag en avond…bij mij. En aangezien ik de avond ervoor lekker koppig mijn berg strijk genegeerd had, was die berg ondertussen gegroeid tot zo’n hoogte dat negeren echt geen optie meer was. Eveneens moest de vloer gedweild worden en als’t nog even kon had’k ook graag ‘den boven’ opgeruimd. Die twee eerste taken zijn me gelukt mét huilende baby en ‘k was kapot. Nochtans, net toen’k aan mijn mede-zappy-januari-mama’s (zijn er hier nog die zo’n ‘klik’ hebben met hun mede-maand-mama’s? Wij zijn echt al aan elkaar gehecht én doen deze zomer zelfs een eerste meeting met onze babietjes erbij!) vlug via facebook-for-iphone (thank God voor dat ding, of’k zou mijn mails nooit meer zien tijdens de week…) liet weten dat Fedde voor huilbaby aan’t studeren was, ging-ie even lekker schaterlachen. Erg mooi schaterlachen zelfs en gelukkig nam’k er meteen weer foto’s van met m’n mobieltje. ‘k Heb een heleboel foto’s kunnen nemen en toen was de pret weer uit. Fedde begon opnieuw te zeuren om terug te ontaarden in’n heuse huilbui…en ook’t eten wil niet echt meer goed vlotten de laatste dagen. Zit hij in’n groeispurtje, geen idee, maar zoals hij momenteel kan/kon brullen, kan hij maar beter na deze spurt plots geleerd hebben om te stappen… Woensdag “mogen” we nog eens naar Kind&Gezin om hem te laten wegen (maar daar ben’k niet zo benieuwd naar…’k heb hier namelijk zelf dé babyweegschaal van de Lidl en zodus weet’k als geen ander dat’k hier geen lichtgewicht heb zitten) en te laten meten om’m daarna…weer te laten prikken. ‘k Zal z’n lekker flesje maar weer klaarzetten op’t bureau van de prikdokter. Troostvoeding, net zoals mama soms heeft.
Maar ‘t is fijn. Fedde kan huilerig zijn en toch tussendoor nog lekker leuk lachen…en ook’t omgekeerde kan plaatsvinden. Hij schommelt tussen die emoties en zelfs midden in’n kei felle huilbui krijg’k hem plotsklaps aan’t lachen. Ikzelf ben zo ook. Voor mij is het leven of’n bepaalde situatie of gevoel nooit helemaal zwart-wit…
…soms moet je’t grijze kunnen zien.
Benieuwd of moet-fotomodel-worden-baby-Fedde (en hij wordt deze vakantie trouwens even fotomodel, voor’n ge-wel-dig-e fotografe…)
deze middag bij z’n eerste groentehapje ook ‘grijs’ zal denken…
Liefs,
Leene en dít wonder…

(06.04.11)
Hoera! Voor’t eerst sinds lange tijd heb’k nog eens een blogtitel met haakjes in waardoor je het eigenlijke woord weer op verschillende manieren kan lezen. ‘k Hou daarvan, dat weten jullie. ‘t Is een beetje met de voeten van onze moedertaal spelen, zoals de grondleggers (geen idee wie dat zijn hoor, maar ‘t klinkt alsof’k dat wel weet, toch?) ervan het wilden!
‘k Heb nog eens tijd om te bloggen, zoals je ziet. Toch, tijd, ‘t is relatief. ‘k Zou eigenlijk nog moeten strijken en als’t even kan moet’k de stofzuigrobot hier beneden nog achtervolgen met de dweil, nog net zolang tot’k ook dát grondig beu ben en mij in de electrozaak ga aangeven als “luie doos” terwijl’k ook zo’n dweilrobot bestel. Niet dat’k hier vandaag nog niets gedaan heb hoor, integendeel, na mijn wekelijkse zalige woensdaglunch met La Mama (Grote Zus was er jammer genoeg niet bij deze week) en Fedde (vandaag zelfs op’n zalig terrasje!) wandelden we rustig terug naar huis (mits lichte omweg wegens zalig-genieten-van-de-zon, al moet’k dringend een parasol kopen voor op de wandelwagen…probleem is alleen dat’k een witte wil van het juiste merk en men mij in’n welbepaalde babyzaak een beige of zwarte wilden aansmeren van’n ander merk, mits adapters erbij te kopen. ‘k Vroeg me meteen af of er mensen zouden zijn die na het vragen achter een spierwitte, tevree zouden zijn met een beige of zwarte? ‘t Was lief van Mevrouw Babyverkoop hoor, maar ‘t moet volledig bij m’n poepsjieke voiture passen…’k ben er zo één…inderdaad) waar ik na het geven van Fedde’s volgende flesje ook nog een wasje draaide, een ander wasje opvouwde, boodschappen ging doen (‘k moest nog eens echt naar de echte-merken-winkel…en kwam weer honderd-en-twaalf-euro armer terug naar huis. Enige positieve daaraan was dat’k vooraf met Grote Zus een pronostiekje hoeveel-zou-ik-moeten-betalen deed, en ik honderd-en-tien gegokt had. ‘k Had dus best goed gegokt, hoera!), flesjes uitgewassen heb, flesjes en poedertjes klaargemaakt voor morgen, mezelf reeds voorzien van’n kort-maar-fijn badje én gegeten.
‘k Zou me dus nu echt aan mijn strijkplank moeten zetten, maar ‘t bloggen roept harder.
Moest’k nu niet net nog telefoontjes en bezoek gekregen hebben tussendoor (wel fijne hoor!) dan zou’k nu klaar geweest zijn en al kunnen strijken. Oh. Jammer.
Maar goed.
Als er één ding is wat’k aan dat hele babygedoe soms écht verwarrend vind, dan zijn het wel die voedingsnormen. ‘k Ken dat leuk wiskundig formuletje om te weten hoeveel je baby per flesje moet ‘binnenkrijgen’ reeds van buiten, maar ooit moet dat toch stoppen, niet? Want als mijn zoon zo doorgroeit drinkt hij binnenkort flessen van’n liter uit, volgens die berekening. Ondertussen weegt mijn wereldwonder op z’n drie maanden reeds 7,400kilogram en zodus kreeg hij 5 flessen per dag van tweehonderd-en-tien ml water en wel zeven mooi-afgestreken schepjes melkpoeder. Die dronk hij sinds een tijdje terug mooi uit, maar nu waren we weer bij af. Sinds vorig weekend weigert hij steevast één fles volledig door ofwel te brullen in’n poging om heel Oevel te mobiliseren of ofwel door gewoon in slaap te vallen na 1 slokje. Goed. Toen mijn-kind-schoon-kind-baby-Fedde van 6 voedingen naar 5 overging, merkten we datzelfde fenomeen en zodus probeerden we eens met 4 voedingen. Begrijp me niet verkeerd, alvorens ik hier de baby-voeding-politie op mij af krijg (niet dat’t me iets zou doen hoor, ik ben’n pure gevoelsmama…ik zoek het internet af naar ervaringen van real-mums, luister naar tips en doe dan…wat mijn intuïtie zegt na alles te filteren), hij MOET van mij niet overstappen op slechts 4 voedingen (nooit eigenlijk…die maag mag blijven werken), maar als hij’t zelf aangeeft, volg ik. En zo gezegd, zo gedaan. Fedde sliep nog steeds flink door, maar had wel totaal niet meer genoeg melk binnen op één dag aangezien hij die flessen niet meer leegdronk. Fedde had er niet veel last van, mama des te meer en zodus werken we vandaag opnieuw met 5 eetmomenten en hij eet wat hij wil, alvorens we in’n keten-van-eet-stress terechtkomen.
Toch, hoe rustig ik ook ben in dat hele mama-gebeuren, als dat wonder niet goed eet, ben’k plots veel minder ‘zen’ dan’k zou moeten zijn.
Dan ga ik uitzoeken waaraan’t zou kunnen liggen en steevast krijg’k zelf de schuld, aangezien’k van’n ander niet graag zondebokken maak en al zeker niet van mijn Fedde natuurlijk, dat kind kan niks verkeerd doen, toch? (haha, ‘k ben een realist hoor…wees gerust. Hij gaat hier niet in’n porseleinen kastje moeten staan, maar ook niet in’n hele dressing. Hij zal weten hoe ver hij kan gaan en als hij’t effe niet meer weet…dan zal’k mijn lach inhouden terwijl hij zijn die-heeft-hij-van-z’n-vader-pruillip zo laag mogelijk laat hangen in de hoek…)
Volgende week proberen we trouwens eens een groentenpapje…eens zien of hij op dat vlak écht op z’n mama lijkt…
…want dan kunnen we al maar best aandelen nemen bij’n mayonaise-fabrikant.
Liefs,
Leene, die niet alles moet (w)eten.
(06.04.11)
‘t Is zo simpel als’t groot is en eigenlijk heel ingewikkeld. Maar ‘t is een algemeen feit dat je volgens de principes van het bloggen, steeds een titel kiest.
Een titel die zegt waarover je blog zal gaan, waarmee je vandaag in je hoofd zat of wat je jezelf nog afvraagt. En ‘t is net dát dat ervoor zorgt dat’k gewoon geen titel wil. Of m’n titel moest vanaf nu bij elke blogpoging hetzelfde luiden; Fedde.
Fedde, de naam van’t mooiste (het spijt me zeer, maar ik kan’t niet laten om zo te spreken over dat kind. ‘t Spijt me zelfs helemaal niet zeer, zelfs gewoon überhaupt níet) kind van de hele wereld.
Hij is ‘t enige wat me bezig houdt gedurende een hele dag en hij’s degene waaraan ik denk bij’t opstaan, alsook wanneer’k ‘s avonds mijn ogen sluit en gedurende die hele periode daartussen staan al mijn activiteiten ook in functie van hem. En terecht.
Net nog lag dat wereldwonder te slapen in mijn armen, terwijl ik pogingen deed om met een béétje aandacht mijn talloze opgenomen TV-programma’s te bekijken…tevergeefs.
Pieter mag gerust moeite hebben met z’n keuze tussen zijn harem op maandagavond, gevolgd door enkele tienermoeders die op hun manier het leven als ‘mama-ván’ proberen te beredderen, alsook de donderdagse pogingen om ‘tegen de sterren op’ te kunnen door ze te imiteren, waarna de televisie-week op vrijdag wordt afgesloten met enkele zangers die al dan niet een idool zouden kunnen zijn, of die gewoon héél veel stemmers achter zich hebben staan. Ze staan allemaal te roepen op mijn digicorder en zelfs de lieve engelachtige Ella die ik toch dagelijks probéér te observeren, kan niet tippen aan mijn Fedde.
Die perfecte mond van’m, waarmee hij dergelijke pruillippen kan trekken waardoor je meteen je hele hebben en houden zou verkopen om hém gewoon te kunnen geven wat-ie wil en waarmee hij tegelijkertijd ook zó uitermate verlegen kan lachen waardoor die grimas net hetzelfde effect heeft als die vorige. Zo’n perfecte mond, met daarboven een bijna-nog-perfecter neusje, met helemaal niet de totaal-foute-groteske-trekken van zowel zijn papa als zijn mama, maar met gewoon de perfectheid die een neus kán bevatten. Daarboven een stel ogen. Ogen, als bowlingballen zo groot en hemelsblauw van kleur. ‘k Durf er zelfs niet constant in te kijken, wil’k nog schoolwerk en andere dingen gedaan krijgen diezelfde dag. ‘k Strijk maar eens voorzichtig langs zijn wimpers dan, die zo lang zijn dat elk gerenommeerd mascara-merk hier aan de deur zal staan zodra z’ervan horen, om dan ook op te merken dat zijn hele ‘zijn’ gewoon smeekt om gefotografeerd te worden. Geadoreerd te worden.
‘t Zal niet pakken hoor, begrijp me niet verkeerd. Als er hier eentje is die boven dat kind mag hangen om hem halvelings te verblinden met flitsbeelden en ander cameragedoe, dan zal ik’t wel zijn.
Ik, die plots niet meer moet beoordeeld worden op hoe ze eruit ziet, hoe ze zich gedraagt of hoe ze haar school- en/of huishoudwerk doet (dat laatste absorzekerweteluut niet. ‘k Heb hier niet bepaald een huishouden waarbij je dagelijks even met je vingers over de kasten mag strijken om diezelfde vinger stofvrij terug bij je te nemen…niet dat’t me kan schelen eigenlijk. Zodra hier eten op tafel staat, mijn gezin netjes gewassen en aangekleed voor de dag komt, we zowel inkopen als apotheek-overvallen hebben gedaan met tussendoor nog wat schoolwerk op een bedje van één-keertje-per-week-sporten-voor-zowel-papa-als-mama en er dan nog wat tijd overschiet, dan wordt hier gewoon genoten. Punt. Eigenlijk is’t zelfs omgekeerd want dat genieten gaat hier voor alles en iedereen) , neen, mij kan je enkel nog beoordelen op’t werk dat’k verricht voor en door mijn adembenemende zoon. ‘k Heb dat kind op de wereld gezet en ‘k blijf dat doen want er zullen nog heel wat momenten komen waarop hij de wereld even onder z’n voeten onderuit voelt schuiven, of dat nu zal zijn door’t feit dat luiers plots door van die domme stoffen onderbroekjes worden vervangen of door’t feit dat zijn kalf-van-‘n-vriendin-of-vriend (hij wordt wie hij wordt, uitroepteken!) het uitgemaakt heeft zonder reden, IK zal er zijn om’m terug op de wereld te zetten, met naast mij een ongelooflijke papa om hem op te vangen en mij te helpen zuchten.
Maar wat is dat kind perfect.
En wat maakt hij ons leven zoveel leuker…
Slaap jij nog maar lekker wat verder op m’n arm, want alleen dáár dient die arm nog voor…
Liefs,
Leene, gewoon gelukkig.
(03.04.11)
Hehehe. Ik moet meteen lachen met’t feit dat ik door mijn titel misschien even overkom als zo’n typische erbij-willen-horen-puber uit een Amerikaanse high-school-komedie. Die komedies waarin steevast de cheerleaders de populairsten zijn van de hele school en zodus niet aan tafel willen zitten bij de ‘band geeks’, maar enkel bij de sportieve kerels. Bij die kerels loopt ook steevast eentje rond die de anderen aanspreekt met vragen als “what’s up?” en dergelijken. Uiteindelijk wordt er zelfs niet meer gearticuleerd en als je van geluk mag spreken zegt men nog netjes het mooie korte <‘sup?’> (niet te verwarren met de immer-irritante gezongen melodie van cup-a-soup, een cup en hup…ofzoiets) want vaak wordt het zelfs het lekker platte ‘whazzaaa’ ofzo.
‘k meen mij te herinneren dat die ‘whazzaa’ voornamelijk in één bekend soort van die komedies wordt gebruikt, maar ‘k ben er niet zeker van.
Toch, mijn broek hangt niet (vrijwillig) op half negen en ‘k had al helemaal niet bij “de jocks” mogen hangen moesten we die op mijn middelbare school gehad hebben en zodus heeft mijn ‘sup noch met die soep, noch met die Amerikaanse vraag te maken.
‘k Moest er enkel aan denken toen’k gisteren reeds een blog-idee kreeg op zo’n typisch maar-ik-heb-nu-geen-tijd-om-te-bloggen-moment en al goed dat Manlief er nog was en ik het’m meteen zei, want gisteravond was ik zelf al reeds vergeten waarover ik ging bloggen. Toen’k hem dan mijn titel uitlegde en vooral de kronkel duidelijk maakte hoe’k erop kwám, kreeg’k een blik die meer zegt dan dat z’n ge-zijt-nie-goed-wijs-gij-woorden ooit zouden kunnen zeggen.
Maar goed.
Dat mijn zeven-kilo-en-tweehonderd-grammetjes-zware-baby Fedde een ‘kakprobleem’ heeft, weten jullie al langer dan vandaag. Wekenlang hoopten we om eens effect te zien van zijn speciale transit-melk gemixt door zijn speciale water, de lepeltjes olie die we onder zijn papjes mixten, de sessies bij de oh-ja-ostejo, de venkelthee die hij tussendoor lekker mocht leegtutteren, alsook de vele buikmassages. ‘t Mocht duidelijk niet zijn. Mijn prachtige baby kakte groen en hoezeer ik zijn stoelgangetjes ook allemaal ‘om op te eten’ (serieus, da’s nogal een mijn-kind-schoon-kind-uitspraak, toch?) vind, ze mochten toch wel eens gaan veranderen van kleur, consistentie en vooral..frequentie.
Die frequentie liet te wensen over en zodus gingen we aan de slag met…suppokes.
‘t Mag gezegd, ik ben fan. Uiteraard is zo’n suppo het laatste redmiddel en duwen we geen doosje per dag in zijn prachtigmooie poep tot er ook maar enigszins iets uit dat wezentje komt dat lijkt op’n hoopje ‘babystoelgang’, maar zodra hij een halve dag lag te duwen, vuurrood werd, alles bij elkaar brult en daar niet voor werd beloond, dan kreeg mijn prachtige zoon poepsnoep.
En de laatste tijd…hebben we die suppootjes niet meer nodig gehad…
…tot gisteren.
Zoonlief duwde en duwde tot hij niet meer kon en zodus gingen Manlief en ik een overlegmoment aan over het al-dan-niet-opsteken-van-een-(zoals in de volksmond al eens gezegd wordt)stoppeke. Zo gezegd zo gedaan. Manlief haalde een prachtigmooie suppo uit de ijskast en kwam ermee naar boven, waarna ik dat spul steevast een beetje nat maak wegens het anders niet-in-de-prachtige-Fedde-poep-krijgen.
Tot hier geen verandering met voordien, ware het niet dat we Fedde nog nooit een suppo hadden gegeven in onze badkamer. In onze badkamer staat ook een verzorgingsmeubel, maar ‘t staat netjes gepast tussen ons bad en het toilet waardoor de verzorging van dat wonderkind daar gebeurd terwijl wij NAAST het kussen staan, in plaats van erachter. Da’s een prachtig idee als het gaat over onverwachts wildplassen-der-jongensbaby’s, maar ‘t is ferm kl…(neen, ik typ het niet, mama!) bij het toedienen der glycerinesuppo.
‘k Zette mij daar schrap en dacht het wel te kunnen, waardoor dat glibberige ding meteen alle kanten opdraaide behalve de binnenkant-van-mijn-zoon, waardoor ik er uiteindelijk niets beter op vond om in het bad te gaan staan, zodat’k die mooie kont netjes kon bekijken.
Niet dat’t dan beter ging. Plots drong het opnieuw tot mij door dat het toedienen-der-stoppekes makkelijker gezegd is dan gedaan.
Maar ‘t is gebeurd en ‘t had effect…en Fedde werd zalig dankbaar rustig. En alleen al daarvoor verdienen die kleine wonderrakketjes een eigen blog.
Liefs,
Leene, whazaaaa!
(29.03.11)
Euhm.
Hoe moet’k die gaan verklaren. ‘t Is alsof ik nu pas besef dat’k eigenlijk als titel een woord nam uit een soort ‘uitdrukking’ die in mijn hoofd zat. Natuurlijk is’t niet evident voor jullie om mijn hersenkronkels meteen te volgen en zodus lijkt die titel waarschijnlijk vreemder dan dat hij is. ‘t Is niet eens een woord in onze eigen moedertaal, want ‘k ben nog eens ongelooflijk knobbelig bezig met mijn talenknobbel en zodus zocht ik mijn ‘dada’ bij onze zuiderburen (en ik geef meteen eerlijk toe dat’k net aan’t ventje moest vragen of “de fransozen onze zuiderburen zijn?” want ‘k wil hier niet kei-onnozel overkomen natuurlijk).
‘t Is nochtans een franstalige uitdrukking die helemaal vernederlandst (toch?) werd aangezien wij zo’n dappere durvers zijn natuurlijk, of zo zei toch Caesar ooit. (en ‘k heb echt een super intelligente echtgenoot, want ik dacht eigenlijk dat Ambiorix dat gezegd had… ‘k kan er niet aan doen echter, ‘k heb in mijn middelbareschooljaren enkel trutten gehad voor geschiedenis. Of neen, excuseer, in’t eerste jaar had ik een lieve schat, die men “carambolleke” noemde voor weet-ik-veel-welke-reden, maar die was zelfs zó lief dat ze tijdens mijn eerste examen geschiedenis mijn twijfels over de ligging van de vruchtbare sikkel deed wegebben door eens ‘te wuiven’ in de vorm van die sikkel…en dan kwam ze zelfs nog zeggen dat zij dacht dat’t een beetje lager was. Vanaf ‘t jaar daarna zijn de heksen gekomen bij dat vak. Er was er zelfs eentje die haar naam voor mijn part niet gestolen had, door “Buis” te heten. Jammergenoeg zei ze tijdens mijn mondeling ooit dat ze haar naam ging waarmaken voor mij.)
Maar goed.
Ik heb weer lang niet geblogd (is dat met een <d> eigenlijk? Ik twijfel, maar als’k er ik ‘blogde’ van maak, dan lijkt het me toch met een <t> te moeten. Of zeg je ‘blogte’?) en ‘k kan het enkel en alleen steken op’t feit dat ik er simpelweg de tijd niet meer voor vind. Of neen. Ik wíl er de tijd niet meer voor vinden. Ik blog heel graag, begrijp me niet verkeerd en ik mis zelfs mijn schrijfwijf-status, maar na een drukke schooldag en het fabriceren van dat wat-je-op-het-nippertje-voedsel-kan-noemen, wordt mijn tijd verdeeld tussen hier-moet-je-terecht-jaloers-op-zijn-baby Fedde, mijn schoolwerk en…mijn TV. In die volgorde.
‘t Maakt me niks eigenlijk. De drukte schrikt me op voorhand steeds af, waardoor’k een week vóór de aanvang van een drukke periode reeds huil van stress, maar zodra die periode aanbreekt, sla’k mij daar netjes door. En ‘k voel me goed.
Heel goed eigenlijk. En dat zie je. Alsof’k er plots beter uitzie dan ooit. Vreemd eigenlijk, als je weet dat mijn heupen zo breed geworden zijn dat’k er nu echt nóóit meer moet dromen om nog eens van’n glijbaan af te roetsjen en dat er eigenlijk op mijn kont vanaf nu een waarschuwing voor uitzwenkgevaar mag hangen dankzij het prachtige fenomeen ‘cellulitis’ genaamd. Voordien had’k in bepaalde onvrouwvriendelijke houdingen een beetje last van zo’n siersinaasappeltje, maar sinds ik dat wereldwonder negen maanden voorzien heb van eten en drinken en om de vier weken van’n worstenbrood, werden mijn billen sinaasappel-look-a-likes. The real stuff dus. Rare benaming trouwens, want zo’n appelsien is nog niks vergeleken met mijn reliëfbillen.
En toch, is het nu omdat’k een knappe kerel in mijn armen heb of ‘t feit dat’k een working mom ben en dit eigenlijk best sexy klinkt, ik lijk er anders uit te zien. Mensen bekijken mij plots ook met veel mildere ogen. Al kan’k beter zeggen dat IK mijzelf plots met veel mildere ogen bekijk. Bekijk mij nu niet plots als een eeuwige narcist, integendeel, dat’k in een programma als Beauty&the nerd aan de kant van de schones zal slapen, betwijfel ik sterk, maar sinds mijn tien-centimeter-exodus-nacht is er iets helemaal veranderd.
En dit weekend wordt dat gevoel even versterkt.
Aangezien Manlief en ik vanavond verwacht worden op het trouwfeest van’n koppel dat ons heel nauw aan’t hart ligt, wilde ik er niet ‘zozo’ uitzien maar eerder ‘oooh zooo’ als je begrijpt wat’k bedoel en dat zorgde ervoor dat’k mij gisteren reeds bij het schoonheidsparadijs http://www.payeska.be (reclame, ikke?!) ging laten spray-tannen waardoor ik nu een kleurtje heb alsof’k twee weken op Aruba heb gezeten. (vreemde uitdrukking trouwens om ‘op’ Aruba te zitten, zo breed is m’n kont nu ook weer net niet…en volgens een goede bron is het in Aruba niet eens altijd zo’n mooi weer dat je’r een leuke kleur krijgt…dus eigenlijk slaat dit weer maar eens op niets) Vandaag liet’k dan ook mijn haren brushen en reed ik opnieuw naar de Payeska-dames (serieus, je kan nu lovely ladies hebben en je hebt Lovely Ladies met de L van euh…iets heel lekker ofzo, ik vind zo meteen niks dat hier past, maar dat zijn écht stuk voor stuk zo’n ferm vrouwen, dat je meteen een abonnement Payeska-vrouw-zijn zou nemen. En dan hebben ze nog karakter ook. Lap, ze bestaan dus.) om mij te laten schminken én om mijn nagels weer te laten versieren en ondertussen zit’k hier dus nu, als’n opgetutte tut te bloggen, klaar om mij straks in mijn eindelijk-gevonden elbeedeetje (een Little Black Dress dus, maar dat klinkt zo ongelooflijk overdreven sexy) te hijsen, mijn nieuwe Nicky Vankets-pumpkes (Manlief stond versteld. “Hoe, ge had vorig jaar daar toch al pumps van gekocht? En weer witte? Da zijn dan toch dezelfde?” Nee schat, echt niet, ze zijn totáál anders want…euhm…die hadden zo geen zwart streepje hier. Echt niet.) aan te doen met reeds beter-voorkomen-dan-genezen-blein-pleisters aan m’n hielen.
Vergeleken met de sportieve turnjuf-met-felkleurige-sporttenuekes-en-Hello-Kitty-joggingpakken aan, INCLUSIEF diadeem in’t haar, op ballerina’s omdat maxi-cosi-wandelen nogal moeilijk is op torenhoge hakken, is dat een totale changement de décor .
Maar ik ben het waard.
Liefs,
Leene, yummy mummy met al een beetje hongergevoel in de tummy.
(26.03.11)
Geen paniek. Ik vergelijk mijn adembenemend-knappe-zoon niet met’n klein poesje (nochtans valt dat best te doen. Hij is ook supersnoezig, krabt ook in’t rond, likt aan z’n handjes en drinkt flink zijn melkje. Poesiemauw, de komisgauwkat, is er niks tegen). ‘k Ga vandaag ook niet extra kattig doen, noch loopt er hier iemand krols rond (absorzekerweteluut niet. Door mij vorige blog weten jullie namelijk dat ik sinds kort terug een Tante Roza heb die meteen haar héle leger meebracht om’t woord ‘zondvloed’ een nieuwe betekenis te geven. Krolsheid is dus echt niet aan mij besteed momenteel).
‘k Heb ook geen ambities om vanaf nu als “leene, de blogpoes” door’t leven te gaan.
‘t Is naar leenenormen (dit woord moet je dus lezen als leene-normen, want als je het accent een beetje anders legt, dan heb je’t over een enorme leen ofzoiets…en goed, ik heb na een lange zoektocht pas gisteren eindelijk een kleedje gevonden waarin’k volgende week iets minder enormeus kan verschijnen op dat trouwfeest, doch is’t enkel aan mij om daarover te klagen) lang geleden dat’k nog eens een blog schreef.
Niet dat’k geen stof tot stoefen heb. Mijn lijkt-plots-veel-groter-geworden-baby Fedde doet’t nog steeds super. ‘k Zet’m elke dag flink lachend af bij de onthaalmoeder om’m op dezelfde manier samen met Manlief terug thuis aan te treffen (volgende week zal dat dus omgekeerd zijn, aangezien Manliefs rotte late shift weer begint en de rollen dan omdraaien…), waarna ik in zijn heen-en-weer-boekje lees dat hij weer superflink was. Hij is alert, reageert, roept steeds mee als we hiephiephiephoera ‘spelen’ en ‘k verdenk’m er zelfs van dat hij eigenlijk al AVI-leesniveau 2 heeft. (begrijp mij niet verkeerd, hij moet dat van mij niet en zal hier nooit gepushed worden, maar’t geeft enkel weer hoe mijn-kind-schoon-kind ik ben…toch?)
‘k Heb gewoon héél weinig tijd.
Nochtans viel dat de afgelopen week nog mee wegens’t feit dat Manlief met de vroege stond en we zodus de avondshiften samen deden. Dat zorgde ervoor dat ik zonder-pauzes (of toch, zonder heirkracht-pauzes, want soms stop ik wel voor een hapje, een drankje, een facebookminuutje,…) mijn schoolwerk kon uitvoeren én zelfs kon genieten van’n ‘oh-mijn-god-wat-ben-ik-al-moe’-bad. De week die nu komen gaat, zal dat heel anders zijn.
Toch, er is al één week voorbij en ‘k heb het overleefd. Elke avond werden hier flesjes en poederdoosjes (melkpoederdoosjes, welteverstaan. De poederdoosjes van mama blijven in de schmink-kast, om elke morgend hoopvol de indruk te wekken dat ik géén vette huid heb…) klaargemaakt voor de volgende opvangdag, tassen werden reeds naar de auto gedragen, een fles voor de ochtend werd reeds klaargezet met daarnaast ook een potje melkpoeder, heen-en-weer-boekjes werden netjes gelezen en weer ingevuld om daarna tussen de verzorgingstaken door ook schoolwerk te verrichten. Kleren voor zowel prachtige-Fedde als voor mezelf werden ‘s avonds reeds uitgekozen en na mijzelf de volgende ochtend op te frissen, werd ook Fedde steevast onder handen genomen met het wonderbaarlijke-niet-af-te-spoelen-reinigingswater van ons favoriete babyverzorgingsmerk (grote fan van dat product. Supersnel en superefficiënt worden zijn goddelijke billetjes en zijn nog goddelijkere gezichtje zo proper gemaakt) om’m daarna superstoer aan te kleden en in de relax voor de TV (ook grote fan van…) even te laten wachten op zijn ochtendpapje. Zodra mijn wereldwonder dat dan netjes op had en al dan niet een boertje gelaten heeft, speelt hij dan nog even terwijl mama boven de bedden “openzwiert”, het raam op’n net-goed-om-te-verluchten-kiertje kan zetten, om daarna reeds met schoenen en jas aan dat mirakel-op-voeten terug op te pakken, al waar-is-mama-spelend zijn luier nogmaals te verversen en’m dan in zijn maxi-cosi te zetten. Samen met de handtas-met-daarin-nog-spullen-die-niet-de-avond-voordien-reeds-in-de-auto-kunnen-gezet-worden (denken we aan mijn kippenwit, Fedde’s thee en zijn knuffels) bengelt die maxi-cosi dan aan mijn rechterarm om met die linker de sleutels vast te grijpen, de deur vast te maken en zo voorzichtig mogelijk van de trap te geraken. Maxi-cosi klikt vast in de auto, de laatste spulletjes worden van de handtas overgeladen in de juiste dagtas en ik kruip achter’t stuur.
Na een kort gesprekje met de onthaalmoeder en net-iets-teveel-kusjes aan mijn prachtige zoon, kruip ik dan iets-minder-goedgezind weer achter’t stuur om mij in het ondertussen-reeds-drukke-werkverkeer te begeven, aangezien ik normaliter een iets minder drukke weg neem, maar de onthaalmoeder de andere richting uit woont en ik zodus de leuke spits wel in móet.
Op school aangekomen begint de drukte pas, want op de dagen dat’k niet holderdebolder helemaal alleen die turnzaal moet ombouwen volgens mijn gemaakte zaalplan, zoek’k zorgverbredingsmaterialen bij elkaar om dan net te horen te krijgen dat er eventueel nog iets veranderd vandaag, waardoor’k nog snel flexibel mag zijn (niet alleen ik hoor, elke leerkracht kent dit scenario, toch?) en indien’k geen bewaking heb, plof’k pas om tien-na-tien voor de eerste keer even neer op’n stoel, om er meteen weer af te springen aangezien’k mij net bedenk dat’k de zaal of materialen nog even terug moet veranderen of nog snel een kopie nodig had alvorens ik ook nog’n verplichte tussenstop maak op’t toilet.
En zo gaat de dag heel snel voort, waardoor er zelfs bijna geen tijd is om te beseffen dat’k mijn Fedde enorm mis want voor’k het weet neem’k hem ‘s avonds lichtjes-vermoeid terug in mijn armen om terug aan zijn verzorging te beginnen, tussen de enkele dit-kan-je-echt-niet-laten-wachten-huishoudelijke-taken door, om zodra hij slaapt terug aan dat schoolwerk te beginnen…
De komende week komen daar zelfs nog vergaderingen en oudercontacten bij, en samen met’n goed-op-gang-komende keelonsteking zorgen die ervoor dat je goed-geoliede-planning verplicht nieuwe olie nodig heeft.
En vandaar. Je moet’n kat een kat noemen. ‘t Is echt niet altijd even simpel om dat moederschap met de rest van’t leven te combineren.
Maar ‘t is het allemaal waard.
Miauw.
Liefs,
Leene, zo blij dat La Mama ook net telefoneerde met de vraag of’k eventueel nog strijk teveel heb?¨*zucht* Begod, ja!
(20.03.11)
liiiiiife, baaack to realityyyy…
En Vogue zingt het zo leuk en ‘t liedje sprong meteen in m’n hoofd en geeft me daarbij ineens ook zo’n super-stoere-chick-blik terwijl’k het übersexy mentaal meezing. ‘k Heb niet bepaald een super-stoere-chick-blik-body of dergelijke allures, maar sommige liedjes brengen dat effect gewoon teweeg. Zondermeer.
De En Vogue’skes vragen zich daarna in dat lied wel af “however do you want me” en daar stop’k dan met zingen. ‘k Mag dan wel dé Emanuelle van de zappybabyblogs zijn, ik ben veel te preuts om die zin ooit luidop tegen iemand uit te brengen. Of toch, als’t niet om te lachen bedoeld is, want ‘k heb een humorgehalte om U tegen te zeggen (dat alleen al is grappig…) en ‘om te zwanzen’ durf’k er wel eens iets uitflappen.
Dat’k back to life moest, weten jullie al. ‘k Ben ondertussen al de volle drie (!!) dagen working mom en ‘t is ongelooflijk druk, maar ook ongelooflijk stoer. ‘k Stap dan met van die typische working-mom-kleren de voordeur van’t huis van de onthaalmoeder binnen (of toch: op maandag, woensdag en vrijdag zijn’t van die kleren. Op dinsdag en donderdag geef’k kleuterturnen en dan huppel ik mijn auto uit met reeds ballerinaatjes aan mijn voeten -finally!- , sport-tenue’kes op z’n Leene’s en een diadeem in m’n haar. Sporty Spice is er niks tegen) met aan de rechterelleboog een maxicosi, over de linkerschouder een superstijlvolle Oilily Vintage luiertas en’n rinkelende sleutelbos tussen de vingers. Working Mom zet dan ongelooflijk trots die maxicosi op de salontafel, zwiert de luiertas ernaast en geeft kusjes aan de zoon, om dan terug achter’t stuur te kruipen met de muziek nét dat beetje harder dan voordien.
Toch, na back to life gegaan te zijn, werd’k meteen ook back to reality gebracht, aangezien vandaag Het Lijf besliste om nog eens terug ‘de vrouw’ uit te hangen. Vanaf nu spreek’k namelijk terug van “den tijd van de maand” waarop’t gepermitteerd is om het uit te hangen, zeurderig te zijn, net dat béétje meer chocola te eten dan anders en vooral mij niet als schuldige aan te duiden wanneer de weegschaal in’t bodystylingsinstituut een hoger getal aangeeft. ‘t Ligt namelijk allemaal niet aan mij, maar aan’t feit dat een zeker Eva ooit zo nodig naar’n slang moest lúisteren om in’n verboden appel te bijten. Echt snugger was die Eva niet. Had ze echt goed gegeken naar dat beest had ze geweten dat ze van slangenleer een prachtige handtas kon maken (aan de dierenliefhebbers onder ons, het spijt me zeer maar’k ben gewoon eerlijk. Manlief hééft namelijk een slang en ‘t enige wat mij in dat beest aantrekt is haar vermogen tot super-stijlvolle-geldbeugel-zijn), zo’n hip item is even goed tegen de honger.
Ochja, ‘t zat er ooit aan te komen, maar hoelang het ook geleden is, metéén besef je weer hoezeer je die bullen niet gemist hebt. Plots moet’k er weer aan denken om nooit zonder handtas naar’t toilet te gaan en sterker nog…om gewoon naar’t toilet te gáán, ook al “moet” ik eigenlijk niet.
‘k Ben weer in de weer met meer-toiletpapier-dan-nodig en ook’t maandverband wordt weer uitvoerig gekeurd. ‘t Ziet er overigens weer anders uit. Op dat omhulseltje van mijn gouwe ouwe trouwe merk-met-verfrissingsdoekje-bij staat nu plots een ‘rennende madam op hakken’. ‘k Zag het meteen op’t eerste pakje dat’k vastnam toen’k enkele uren geleden ontdekte ‘dat’t zover was’ en ‘k kon er alleen maar bij zuchten.
”Onnozel wicht” dacht’k bij mezelf.
Hoezeer de reclames ook beweren dat je met dergelijke maandverbanden, tampons en andere redmiddelen plots álles kan doen tijdens je stopweek (zelfs meer dan ik normaal uitvoer op’n heel jaar…), ik doe lekker niks dan.
Achja.
However do you want me?
Liefs,
Leene, back from a fantasy.
16.03.11
‘k Heb geprobeerd om mijn titel om te bouwen, echt waar. ‘k Deed pogingen om er Duitstalige aanzetten-tot-half-gek-worden van te maken, maar dan moesten er twee puntjes op die o van ‘löss’ en dan vond’k dat er weer te onnozel uitzien. Anderzijds had’k er een <t> aan kunnen toevoegen, maar dan ging’t weer precies over een TV-programma dat’k van Manlief -terecht- nooit mog meekijken, aangezien dat voor mij te eng zou zijn wegens hoog bangeschijt-gehalte.
‘k Heb dan ook nog heel even nagedacht om eventueel er een ander woord mee te maken, door’t toevoegen van haakjes en schuine strepen, maar soms moet een titelwoord gewoon simpel blijven. “Less is more”, staat er namelijk dikwijls in de Flair en ook al gaat dat meestal over make-up of juwelerigheden, Flair-theorieën kan je altijd op’t hele leven toepassen. (‘t is al heel sterk geminderd, maar ‘vroeger’ hoorde je mij meermaals per week zeggen “dat da in de Flair stond!” waardoor’k weer maar eens volledig van kledijstijl veranderde of andere ‘schminkskes’ nodig had omdat dé bijbel het gezegd had. Begrijp me niet verkeerd, ik lig nog steeds graag in bad met m’n boekje, maar de wereld vergaat al net dat íetsje minder als’k er eens een weekje geen gekocht heb. ‘t Doet mij er eigenlijk aan denken dat’k mij eens zou moeten opgeven voor zo’n nieuwe stijl, want oh-my-god wat is er met mijn Lijf gebeurd? Nog slechts één zwangerschapskilootje hangt er maar aan “mijnen body” te bengelen, maar ‘t lijkt wel een ongelooflijk zwaar kilootje, aangezien ik plots mijn oude kleren niet meer kan aandoen. Of toch, ik geraak er nog wel in hoor, maar ‘t ziet er gewoon niet uit.)
Maar soit.
‘k Ben ondertussen pril zwanger geweest. ‘k Ben daarna ‘goed’ zwanger geweest en rustig aan is dat overgegaan in’n hoogzwangere status van walrusserigheid. Gedurende die verschillende periodes van zwanger-zijn, kreeg ik van iedereen die’k maar tegenkwam dezelfde raad “om nu nog te genieten van uwe rust, want binnekort is’t gedaan”.
Uiteraard zeiden er velen ook dat we achteraf moesten genieten, “want’t gaat keirap” en dat we zodus genoeg foto’s moesten nemen en dergelijken.
We werden halvelings ‘bang’ gemaakt voor slapeloze nachten, uitstapjes die niet meer zouden kunnen doorgaan en andere prettige gelukswensen om tegen zwangere vrouwen uit te brengen.
Nochtans merk’k dat iedereen één ding vergeten is.
Die slapeloze nachten, die doen/deden me echt niks. Met Fedde van de osteooooh naar de dokter crossen, mits tussenstop bij Kind&Gezin maakt me ook niets uit en ‘t kan me zelfs niet schelen dat hier dag en nacht de chauffage opstond waardoor die rekening nu ferm gestegen is. Indien ‘t niet zo zou zijn, zou die veel-vaker-draaiende-wasmachine daar ook al voor gezorgd hebben.
Allemaal geen probleem.
Maar what the hell is dat met dat loslaten?
Vanaf die eerste dag in dat jonge leventje van je uk, moet je hem als mama (en papa natuurlijk, maar ‘t is hier mijn blog, toch?) al meteen leren loslaten en ‘k heb al lang in’t snuitje dat’t nooit meer zal stoppen. Of het nu die eerste keer is in’t moederhuis wanneer ze je baby even komen halen voor een prikje of iets anders, over naar die eerste keer dat je’m in een draagmand naast je bed moet laten slapen in plaats van in’t veilige ziekenhuis. Loslaten, mama. Slikken, tranen wegvegen en lossen. ‘t Gebeurt bijna zo goed als dagelijks. ‘k Ververs namelijk een massa pampers en geef héél vaak flesjes, maar ‘k denk dat’k hem al evenveel heb moeten loslaten dan dat we’m andere kleren hebben aangedaan (en da’s vaak, want dat goddelijke kind heef teen garderobe om U tegen te zeggen. Logisch, als je weet dat we door de Grote Zappybaby Zomerwedstrijd een hele doos kledij gewonnen hadden en ik al bijna’t dubbel zelf nog gekocht heb?).
Van de draagmand naar’n echt babybed, van de kleinste zuigflesjes naar’t grotere formaat, van een verkleinkussen in de maxi-cosi naar ‘the real thing’, ‘t zijn allemaal kleine momentjes van loslaten en ze worden alsmaar groter…
Achja, steeds na weer zo’n nieuw iets neem’k mijn wonderbaby nog eens stevig vast voor’n ongelooflijk dikke potverdekke-wat-word-je-groot-knuffel…nog effe…tot hij ooit zegt: “Mama seg, laat mij los, mijn vrienden staan daar!”
(waarna ik hem dan wel zal knuffelen als hij slaapt)
Liefs,
Leene, total loss .
(15.03.11)